Naar de inhoud
Kennisbank

Bordresten zijn een zorgsignaal: voedselverspilling en ondervoeding

· Team Waste Warrior

In een restaurant is een vol bord dat terugkomt vooral zonde. In de zorg is het meer: het is eten dat een bewoner of patiënt niet heeft binnengekregen. Daarom horen ondervoeding en voedselverspilling in hetzelfde gesprek. Dit stuk is voor bestuurders, diëtisten en iedereen die verspilling wil terugdringen zonder dat de inname eronder lijdt.

Voedselverspilling en ondervoeding: wat terugkomt, is niet gegeten

Het klinkt vanzelfsprekend, maar het verandert hoe je naar afval kijkt. Het WUR-rapport over voedselverspilling in Nederlandse ziekenhuizen uit 2016 rekent het letterlijk zo uit: inname is het maaltijdgewicht min de bordresten. In het rekenvoorbeeld kreeg een patiënt gemiddeld 713 gram per dag aan maaltijden en liet hij 121 gram staan. Zijn inname: 592 gram.

De onderzoekers zetten er een zin bij die elke zorgorganisatie kan onderschrijven: "Goede maaltijden die worden opgegeten, zijn belangrijk voor gezondheid en herstel." Bordresten zijn dus meer dan een kostenpost. Ze zeggen iets over smaak, portiegrootte, eetlust en het moment waarop het eten komt.

Hoe vaak ondervoeding voorkomt

De Landelijke Prevalentiemeting Zorgkwaliteit (LPZ) volgt ondervoeding elk jaar in verpleeghuizen. Een analyse van 60.926 bewoners laat zien dat het aandeel met (risico op) ondervoeding nauwelijks beweegt: 16,3 % in 2017, 16,2 % in 2024 (Goërtz e.a., Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie, 2026). De LPZ kijkt daarbij naar een laag BMI en onbedoeld gewichtsverlies. Grofweg één op de zes bewoners dus.

Voor ziekenhuizen zijn de cijfers ouder. Het WUR-rapport noemde in 2016, op basis van eerdere prevalentiecijfers, een schatting van 15 tot 25 % ondervoeding in Nederlandse ziekenhuizen. Van de oudere volwassenen in ziekenhuizen en zorginstellingen was volgens hetzelfde rapport 40 tot 50 % ondervoed of liep daar risico op. De extra zorgkosten van ondervoeding werden geschat op € 1,9 miljard.

De gevolgen zijn bekend. De minister voor Langdurige Zorg noemde in 2023, in antwoord op Kamervragen, onder meer een lagere weerstand, een grotere kans op vallen, trager herstel na een operatie of ziekte en een lagere kwaliteit van leven (Aanhangsel Handelingen 2022-2023, nr. 1345).

De valkuil: minder verspilling door minder op te scheppen

Wie alleen naar het afval kijkt, belandt al snel bij de makkelijkste oplossing: kleinere porties voor iedereen. Hoe dat misgaat, liet een zorgcentrum in Delft in januari 2023 zien. In een brief aan bewoners kondigde het aan het eten af te wegen: precies 150 gram groente en 100 gram vlees. Verspilling werd als reden genoemd, maar de brief zette een bezuiniging centraal.

Er kwamen Kamervragen en de brief werd gecorrigeerd. De minister schreef dat ze afkeurde hoe de bezuiniging voorop was gezet. Ze noemde ook wat wel werkt: "Kleinere porties serveren en extra opscheppen als iemand nog trek heeft. Het is dus belangrijk om de persoon te kennen en in een maaltijd te voorzien die passend is bij de persoonlijke behoeften van de betreffende persoon" (Aanhangsel Handelingen 2022-2023, nr. 1345).

Het verschil zit in één woord: nascheppen. Een kleinere eerste portie met ruimte voor meer is iets anders dan een vaste, kleinere portie. Het eerste verlaagt de verspilling en laat de inname heel. Het tweede verlaagt misschien de verspilling, maar ten koste van wie al te weinig eet.

Maatregelen die verspilling verminderen en de inname verbeteren

Het RIVM zette in 2025 op een rij welke maatregelen in de zorg verspilling verminderen, en welke daarbij ook de inname verbeteren. De factsheet uit 2026 vat ze samen:

  • Meer keuze in wat en wanneer. Meer vrijheid in menukeuze en eetmoment kan verspilling verminderen en tegelijk de energie- en eiwitinname verbeteren.
  • Elektronisch bestellen aan het bed. Patiënten eten meer van hun maaltijd en er gaat minder weg.
  • Meerdere kleinere porties. Die verminderen de verspilling, maar kunnen de energie-inname verlagen. Zorg dus voor voldoende energie en eiwit, bijvoorbeeld met energierijke porties.
  • Extra voedingsassistentie. Hulp bij het kiezen en eten, met scholing voor medewerkers.

Twee Nederlandse ziekenhuizen laten zien hoe dat uitpakt. Radboudumc serveert kleine gerechtjes in maximaal zeven rondes, stemt de afdelingskeukens af op de bedbezetting en bracht de verspilling terug van 35 naar 11 %. De eiwit- en energie-inname van patiënten ging omhoog (RIVM). Ziekenhuis Gelderse Vallei liet vaste eetmomenten los, varieerde de portiegrootte en laat patiënten op elk moment bestellen. De verspilling daalde met een derde: patiënten eten meer van hun maaltijd en hun voedingsinname bleef op peil (RIVM).

Wat ze gemeen hebben: patiënten kregen meer regie over hun eten, en er bleef minder liggen.

De juiste hoeveelheid en het juiste gerecht

Het doel is dus niet minder eten, maar een betere match tussen wat je serveert en wat mensen willen en kunnen eten. Daarvoor moet je twee dingen weten: hoeveel er terugkomt, en wat.

Ziekenhuis Geel in België deed precies dat. Het fotografeerde de borden die terugkwamen en woog de resten. De puree ging daarna van drie scheppen naar twee, en rode biet verdween van het menu (VRT NWS). Twee heel verschillende ingrepen: bij de puree klopte de hoeveelheid niet, bij de biet het gerecht.

Met deze vragen maak je dat onderscheid:

  • Komt het terug van het bord, of bleef het in de pan? Eten dat nooit is opgeschept, wijst op te veel koken. Dat los je in de keuken op, zonder dat iemand minder krijgt.
  • Welk onderdeel komt terug? Blijven vooral de aardappelen liggen en het vlees niet, dan is de portie aardappelen misschien te groot. Komt alles terug, dan speelt er iets anders.
  • Bij welke maaltijd? Een volle lunch en een leeg ontbijt vragen om een ander gesprek dan andersom.
  • Op welke afdeling? Verschillen tussen afdelingen zeggen vaak iets over de doelgroep, de manier van opdienen of de tijd die er voor de maaltijd is.

Een voorbeeld. Stel dat op een psychogeriatrische afdeling vooral na het avondeten veel groente terugkomt, terwijl het nagerecht leeg blijft. Dan ligt het voor de hand om met de diëtist naar de vorm van de groente te kijken, of naar een energierijk alternatief, in plaats van de hele portie te verkleinen.

Wat bordresten wel en niet vertellen

Een meting van bordresten op groepsniveau is geen intakemeting. Ze laat zien hoeveel en wat er na een maaltijd op een afdeling terugkomt, niet welke bewoner te weinig heeft gegeten.

Individuele screening, wegen en het volgen van de inname per persoon blijven het werk van zorgverleners en diëtisten. Een verspillingsmeting vervangt dat niet. Wel levert ze signalen op die het gesprek op gang brengen: een gerecht dat op elke afdeling terugkomt, een maaltijdmoment waarop structureel veel blijft liggen, een afdeling die afwijkt van de rest.

Spreek daarom vooraf af wie meekijkt. Betrek de diëtist bij het bespreken van de cijfers, en laat geen maatregel tegen verspilling ingaan voordat iemand heeft bekeken wat die betekent voor de inname. Hoe je voedselverspilling breder aanpakt, lees je in Voedselverspilling in de zorg: wat het kost en hoe je het meet. Voor de ouderenzorg is er Voedselverspilling in het verpleeghuis: waarom de VVT anders is.

Zo helpt Waste Warrior Monitor bij de juiste hoeveelheid en het juiste gerecht

Waste Warrior Monitor meet per maaltijd en per afdeling, niet per bewoner. Medewerkers fotograferen na de maaltijd de borden, schalen en pannen die terugkomen. De AI schat per foto hoeveel er over is en uit welke ingrediënten het bestaat, en een medewerker kan elk ingrediënt corrigeren.

Het dashboard laat dat zien op de manier die dit gesprek nodig heeft. Per maaltijdmoment en per afdeling zie je hoeveel er terugkomt, als percentage van de inkoop. Je ziet of het eten niet is opgegeten (terug van de borden) of niet is opgeschept (over in schalen en pannen). Een overzicht van ingrediënt per maaltijd laat zien welk onderdeel na welke maaltijd terugkomt. En de foto's zoek je terug op ingrediënt, handig als je met de keuken en de diëtist wilt zien wat er precies blijft liggen.

Kaart "Het meest weggegooid": aardappel 84,2 kg, vooral na het avondeten, penne 75,1 kg en tomatensaus 56,2 kg na de lunch.
De ingrediënten die het vaakst terugkomen, met de maaltijd waarna ze terugkomen. Voorbeeldgegevens.

Wil je zien hoe dat eruitziet? Bekijk Waste Warrior Monitor of plan een demo. Meer vragen beantwoorden we in de FAQ.

Benieuwd wat jouw keuken kan besparen?

In een demo laten we zien hoe Waste Warrior werkt en rekenen we met jouw cijfers uit wat minder voedselverspilling oplevert. Daarna begin je klein, met een pilot op één locatie.

Plan een demo