Op papier lijkt voedselverspilling in het verpleeghuis hetzelfde probleem als in het ziekenhuis: er gaat eten terug naar de keuken. In de praktijk ontstaat het op een andere plek, om andere redenen, en vraagt het om andere oplossingen. Hier lees je wat de VVT anders maakt en hoe je er grip op krijgt zonder dat bewoners iets inleveren.
Er zijn geen landelijke cijfers voor het verpleeghuis
Wie zoekt naar cijfers over voedselverspilling in verpleeghuizen, vindt vooral cijfers over ziekenhuizen. Het bekendste getal komt van WUR: in ziekenhuizen die traditioneel kookten, ging ruim 40 % van de warme maaltijden de afvalbak in (WUR, 2016; NOS, 2017). Dat gaat over ziekenhuispatiënten. Over een psychogeriatrische afdeling of een woongroep in de ouderenzorg zegt het weinig.
Voor de VVT bestaat zo'n getal niet. De minister voor Langdurige Zorg schreef in januari 2023: "Er zijn geen cijfers over de hoeveelheid voedselverspilling in zorgcentra" (Aanhangsel Handelingen 2022-2023, nr. 1345). De landelijke monitor maakt geen onderscheid naar de zorg. Samen Tegen Voedselverspilling en WUR wilden dat met zorginstellingen gaan uitzoeken, maar openbare uitkomsten daarvan hebben we niet gevonden.
Elk percentage dat je over "de VVT" tegenkomt, is dus een schatting of een ziekenhuisgetal. Het enige betrouwbare cijfer voor jouw organisatie is het cijfer dat je zelf meet.
Waarom verspilling in het verpleeghuis anders ontstaat
Bewoners wonen er
In een ziekenhuis wisselt de bezetting per week. In een verpleeghuis wonen mensen soms jaren. Teams weten wie 's avonds weinig eet en wie altijd om een tweede schepje vraagt.
Die kennis is goud waard, maar zit meestal in hoofden en niet in cijfers. Daardoor wordt de bestelling bij de keuken zelden bijgesteld, ook als er elke dag hetzelfde terugkomt.
Schalen en pannen in de huiskamer
In veel verpleeghuizen gaat het eten niet op een voorgeportioneerd bord naar de afdeling, maar in schalen en pannen naar de huiskamer. Daar wordt opgeschept. Een deel van wat overblijft ligt dus op het bord, een ander deel komt er nooit op en blijft in de pan.
Die twee resten vertellen iets anders. Wat op het bord blijft, zegt iets over smaak, portiegrootte of trek. Wat in de pan blijft, zegt iets over hoeveel er besteld en gekookt wordt. Wie alleen naar de borden kijkt, mist een flink deel.

Eten is samen zijn
"Ja, maaltijden zijn zeker een belangrijk sociaal element van de zorg in zorgcentra", schreef de minister in dezelfde beantwoording. Dat raakt ook aan verspilling. Een volle pan op tafel voelt gastvrij, en niemand wil dat een bewoner naast een lege schaal zit.
Die reflex is begrijpelijk. Alleen gaat er daardoor vaak structureel meer naar de afdeling dan nodig is.
Kleinschalig wonen en zelf koken
Bij kleinschalig wonen kookt een team vaak zelf in de huiskamer, soms samen met bewoners. Dat valt buiten de eis voor voedselverspilling in de Milieuthermometer Zorg, het Nederlandse milieukeurmerk voor zorgorganisaties. Eis 7.3 geldt alleen voor centrale catering: een centrale keuken die kookt voor meer dan 30 cliënten, of centraal ingekochte gemaksmaaltijden.
De Green Deal Duurzame Zorg (3.0, vanaf 1 november 2026 opgevolgd door de Green Deal 2027-2030 "Samen verder") maakt hetzelfde onderscheid. Zorgaanbieders brengen hun voedselverspilling in kaart en spannen zich in die zoveel mogelijk te verminderen. "Op locaties waar cliënten en begeleiders zelf koken wordt ingezet op voorlichting en bewustwording."
Heeft je organisatie beide vormen? Dan meet je waar centraal gekookt wordt en werk je aan bewustwording waar teams zelf koken. Meer over de eis lees je in Milieuthermometer Zorg: zo meet je voedselverspilling voor eis 7.3, en over de afspraken in Green Deal Duurzame Zorg: wat het vraagt over voedselverspilling.
Minder weggooien is niet minder opscheppen
In het verpleeghuis ligt ondervoeding altijd op de loer. In 2024 had 16,2 % van de verpleeghuisbewoners (risico op) ondervoeding, vrijwel evenveel als in 2017, blijkt uit de Landelijke Prevalentiemeting Zorgkwaliteit (Goërtz e.a., 2026). Dat is ongeveer één op de zes bewoners.
Hoe het mis kan gaan, liet een zorgcentrum in Delft begin 2023 zien. Volgens het AD kregen bewoners een brief dat porties voortaan werden afgewogen: precies 150 gram groente en 100 gram vlees. De brief had volgens de minister niet verstuurd moeten worden en werd met een tweede brief rechtgezet.
"De wijze waarop in de eerste brief is gecommuniceerd naar bewoners en een bezuiniging centraal is gezet, keur ik af", schreef de minister. Zelf gaf ze de betere route: "Kleinere porties serveren en extra opscheppen als iemand nog trek heeft" (Aanhangsel Handelingen 2022-2023, nr. 1345).
Daar draait het om. Het doel is de juiste hoeveelheid en het juiste gerecht voor elke bewoner, niet minder eten. Wat terugkomt van de afdeling is verspilling, maar ook eten dat niemand heeft opgegeten. Daarover gaat Bordresten zijn een zorgsignaal: voedselverspilling en ondervoeding.
Wat werkt in de huiskamer
Specifiek onderzoek naar de VVT is schaars, maar de richting is duidelijk. Het RIVM zette in 2025 op een rij welke maatregelen verspilling verminderen en tegelijk de inname verbeteren, met ervaringen uit ziekenhuizen en uit verpleeg- en verzorgingshuizen. Vertaald naar de huiskamer zijn dit de knoppen waaraan je kunt draaien:
- Kleinere porties, en nascheppen. Begin met minder op het bord en schep bij als iemand nog trek heeft. Het RIVM noemt meerdere kleinere porties effectief tegen verspilling, met één kanttekening: zorg dat er genoeg energie en eiwit in zit. De minister wees precies deze route aan.
- Opscheppen aan tafel. Laat bewoners waar het kan zelf zeggen hoeveel ze willen, of schep op aan tafel in plaats van in de keuken. Dan past de portie bij de trek van dat moment.
- Keuze geven. Meer keuze in het menu verhoogt volgens het RIVM de inname en verlaagt de verspilling.
- Een deel achterhouden in de keuken. Verpleeghuis Coloriet in Lelystad liet zijn verspilling meten en zag dat de meeste winst zat in eten dat terugkwam van de afdelingen. De kok: "Je kan beter te weinig naar boven sturen dan te veel. Want als ze ons even bellen kunnen we altijd meer sturen" (Zorg voor Beter, 2023).
- Het menu vroeg delen. Bij Coloriet ligt het weekmenu een week vooruit op de afdelingen, zodat er tijd is om bij te sturen als bewoners niet enthousiast zijn.
- Hulp bij het eten. Bewoners actief en persoonlijk helpen bij hun maaltijdkeuze werkt volgens het RIVM voor de inname en voor de verspilling.
Coloriet gaf nog twee lessen mee die overal gelden. Begin klein en niet overal tegelijk. En neem medewerkers mee, zodat ze weten waarom ze het doen.
Zo meet je voedselverspilling in het verpleeghuis
Zonder landelijke cijfers begint alles met een eigen meting. Milieuplatform Zorgsector (MPZ) adviseert minimaal twee weken te meten op verschillende punten: voordat het eten de keuken in gaat, tijdens de bereiding en bij wat terugkomt van het bord. In de VVT tellen een paar dingen extra.
- Meet per afdeling of woongroep. Een somatische afdeling eet anders dan een psychogeriatrische. Een gemiddelde over het hele huis verbergt waar het misgaat.
- Meet per maaltijdmoment. Ontbijt, lunch, avondeten en tussendoortjes hebben elk hun eigen patroon.
- Neem schalen en pannen mee. Juist in de huiskamer zit een groot deel van de verspilling in wat nooit is opgeschept.
- Leg de inkoop vast. Zonder te weten wat er naar de afdeling ging, kun je geen percentage berekenen. De Milieuthermometer rekent met verspilling ten opzichte van het ingekochte gewicht.
- Houd het licht voor het team. Zorgmedewerkers hebben weinig tijd. Een meting met veel schrijfwerk houdt niemand twee weken vol.
Hoe je zo'n eerste meting opzet, lees je stap voor stap in Nulmeting voedselverspilling: een stappenplan voor zorgorganisaties. Het hele onderwerp in één overzicht staat in Voedselverspilling in de zorg: wat het kost en hoe je het meet.
Zo helpt Waste Warrior Monitor in de huiskamer
Waste Warrior Monitor is voor precies deze situatie gemaakt. Na de maaltijd maakt een medewerker met de app een foto van wat terugkomt: elk bord met resten, en elke schaal en pan uit de huiskamer. Lege borden hoeven niet op de foto. De AI schat per foto hoeveel gram het is en uit welke ingrediënten het bestaat, en medewerkers kunnen elk ingrediënt corrigeren. Drank of andere restjes vul je zelf in grammen in, zodat alles wat je weggooit meetelt.
Per meting kies je de afdeling, het maaltijdmoment en het aantal personen. Je meet per maaltijd, niet per bewoner. De inkoop koppel je door een pakbon te scannen, gerechten zelf in te vullen of via bulk inkoop importeren (CSV-import).
Op het dashboard zie je de verspilling als percentage van de inkoop, per afdeling en per maaltijdmoment, met de niveaus van de Milieuthermometer als indicator. Waste Warrior certificeert zelf niet. Het dashboard scheidt wat niet is opgegeten van wat niet is opgeschept, zodat je ziet of je aan de portie moet draaien of aan de bestelling. Alle gegevens blijven in de EU.
Benieuwd hoe dat er op jouw afdelingen uitziet? Bekijk Waste Warrior Monitor of plan een demo.














